Hij was een van de grootste rallytalenten, maar nadat hij zes jaar geleden zwaargewond raakte tijdens een ongeval, wilde hij een streep onder zijn carrière zetten. Lees verder en beleef mee hoe het voor hem was om de draad weer op te pakken.

“Fredrik was een jaar of vijf toen hij aankondigde: 'Ik word later rallywereldkampioen',” vertelt Susanne Kottulinsky, Fredriks moeder, zelf een voormalig rallycoureur en navigator. “Fredrik was een heel actief kind. Hij was pas negen maanden toen hij zijn eerste stapjes zette – en het eerste waar hij actief naar greep, was een speelgoedauto”, herinnert Susanne zich. “Zijn eerste races hield hij in de woonkamer, in een trapauto rond de open haard”, lacht ze. Fredrik valt haar bij: “Ik had zelfs gestreepte linten om de toeschouwerszones af te bakenen. De woonkamer hing daar vol mee.”

“Zijn eerste echte motorvoertuig was een motorfiets van 50 cc”, vertelt Susanne. “Hij was pas vijf en was eigenlijk nog te klein voor motorcross. Op een dag was hij zich aan het uitsloven voor oudere jongens. Die daagden hem natuurlijk uit, en dat ging behoorlijk mis. Hij maakte een lelijke val en zat onder de schaafwonden en blauwe plekken. Dus ik zei tegen mijn man Jerry: ik wil niet langer dat onze zoon op een tweewieler rondrijdt. Vierwielers zijn veiliger”, legt Susanne uit.

Susannes man Jerry is inderdaad Jerry Åhlin, die andere legendarische Zweedse rallycoureur. Motorsport zit Fredrik in het bloed: niet alleen beide ouders, maar ook zijn grootvader was coureur. Dan hebben we het over niemand minder dan Freddy Kottulinsky, de winnaar van de iconische Dakar-rally van 1980. “Het grappige is, mijn vader had eigenlijk niet moeten racen in die rally. Hij zou de hulpauto besturen. Maar hij won de eerste etappe en liet de kerels die hij moest helpen achter zich”, lacht Susanne. Freddy is ook de bedenker van het trainingssysteem dat bekend staat als de Audi Experience. Zowel Susanne als Jerry zijn actief binnen dit systeem, waarbij ze mensen een betere rijstijl aanleren.

Groot talent

Maar terug naar Fredrik. Na een tijdje met motorcross te hebben gespeeld, stapte hij over op gocarting. Zijn ouders ontdekten al snel dat hun zoon talent had. “Fredrik was altijd de snelste, ook op nieuwe trajecten. Na verloop van tijd raakten de andere jongens vertrouwd met de circuits, waardoor zijn voorsprong kleiner werd. Maar dat is het verschil tussen een circuit en een rally: bij een rally krijg je maar één kans. En zo realiseerden we ons dat Fredrik zou uitgroeien tot een enorm goede rallycoureur.”

“Rallyrijden is niet iets wat mijn ouders me hebben opgedrongen. Als jongen heb ik een heleboel sporten uitgeprobeerd: handbal, voetbal, ijshockey, golf ... Maar mijn voorkeur lag duidelijk bij gocarts en later bij rally's”, vertelt Fredrik. Susanne knikt: “Jerry en ik vonden het belangrijk dat onze kinderen aan sport deden, maar we hebben ze niet gepusht om te gaan racen. Toch zijn Fredrik en onze dochter Mikaela uiteindelijk in de motorsport terechtgekomen. Daar zijn we uiteraard heel blij mee.” Ook Mikaela zet de familietraditie dus voort. Zij is gespecialiseerd in circuitwedstrijden.

Om het talent van Fredrik in goede banen te leiden, besloten zijn ouders om beurten als bijrijder in te springen tijdens zijn eerste rally's. “Dat was doodeng! Wij riepen steeds dat hij moest vertragen, maar dan werd hij kwaad: 'Waarom zeg je dat? Alles gaat prima!’ Na vijf races besloten wij er mee op te houden”, lacht Susanne: ze besloten toen alleen nog ouders te zijn en het bijrijderschap aan iemand anders over te laten.

“Dat was de beste oplossing. Hij was nog heel jong, maar hij won 28 van de 30 races waaraan hij deelnam. Zijn carrière schoot enorm vooruit. Hij was de jongste rallywinnaar ooit in Zweden. Op zijn 19de werd dat talent officieel erkend: hij mocht deelnemen aan de Junior World Rally Championship (JWRC)”, vertelt Susanne.

Toenemende druk en een zwaar ongeval

“Ik wilde van alles, maar ik wist helemaal niet hoe de rallywereld buiten Zweden eruitzag”, vervolgt Fredrik. “Tijdens mijn eerste JWRC-rally lag ik op kop, maar toen ging er iets mis met mijn auto. Tijdens de tweede rally, in Griekenland, kreeg ik motorpech. In Finland lag ik op kop, maar toen kreeg ik een enorme botsing. In Duitsland had ik voedselvergiftiging”, somt Fredrik de problemen op.

“De druk bleef toenemen en op een gegeven moment reed ik niet meer voor mijn plezier, maar om aan de anderen te laten zien hoe hard ik wel niet kon. Dat is altijd een slecht idee. Ik kwam in de ene na de andere botsing terecht en mijn grote finale speelde zich af in Spanje, in 2012: toen knalde ik tegen een boom aan. Een enorme klap.” Hij is even stil.

“Volgens de telemetrische gegevens raakte ik die boom met 126 kilometer per uur. Niet frontaal, en het impactpunt zat achter mijn stoel. Gelukkig maar, want anders had ik hier vandaag niet gezeten. Ik was een halfuur buiten bewustzijn en had meerdere gebroken ribben en een zware hersenschudding. Ik werd per helikopter naar het ziekenhuis gebracht. Gedurende een uur of acht na de klap was het licht wel aan, maar er was niemand thuis”, glimlacht Fredrik. “Ik bedoel, ik kon praten, maar ik herkende mijn moeder en mijn zus niet ... Ik herinner me nog altijd niets van de dag van het ongeval, of van de twee dagen ervoor. Geen enkele herinnering.” Fredrik schudt het hoofd.

“Toen ik in het ziekenhuis aan kwam, herkende hij me totaal niet. Hij vroeg me wie ik was en of hij getrouwd was en kinderen had. Ik vind het nog altijd moeilijk om daarover te praten. Dat was een heel zware tijd. We waren bang dat hij hersenschade had opgelopen”, vertelt Susanne.

“Wat ik me wel heel goed herinner, is het moment dat ik wakker werd. Het was pikdonker om me heen en ik hoorde een soort hijgend geluid, het leek Darth Vader wel. Ik dacht bij mezelf: ‘Wat is dat in vredesnaam? Ben ik in een Star Wars-film terechtgekomen?’” Fredrik lacht en gaat verder: “Dus ik werd schreeuwend wakker, mijn moeder deed het licht aan en ik zag dat ik in een ziekenhuiskamer lag, met anderen die er ook niet best aan toe waren. De persoon in het bed naast me lag aan een beademingstoestel – daar kwam dat rare geluid vandaan”, legt Fredrik uit.

“Ze voerden allemaal tests met me uit. Daaruit bleek dat ik geen blijvende schade had opgelopen en dat het goed zou komen met me. Een paar maanden later was ik mijn oude zelf weer”, zegt Fredrik laconiek. Maar hij had op dat moment wel even genoeg van rallyrijden, vertelt hij. “Ik had daar helemaal geen zin meer in. Waarom zou ik daar zoveel tijd in steken en er haast het loodje voor leggen als ik er helemaal geen plezier in had?”

Geen rally's meer. Weet je dat wel zeker?

Susanne vertelt dat ze het onderwerp rally's een paar maanden hebben vermeden, maar dat ze hem nooit op het hart hebben gedrukt om te stoppen met racen. “Op een dag belde ik hem om te horen hoe het met hem ging. Het ging goed, zei hij, hij was met een auto bezig in de garage. OK, zei ik, en stelde verder geen vragen.” De belangstelling voor auto's was dus terug van weggeweest.

“Mijn manager belde me op een keer: ‘We gaan een oefenwagen in elkaar zetten om die te verkopen, zodat je ouders een deel van hun geld kunnen terugkrijgen.’ Ik besloot daarbij te helpen: ik verfde de wielbogen wit en andere gedeelten zwart. Mijn manager zei toen: ‘Je moet een rally rijden om iedereen te laten zien dat de auto goed rijdt.’ Dus toen hebben we een kleine rally in Östersund gereden. We hadden maar één reservewiel en één blik benzine”, lacht Fredrik.

Susanne vult aan: “Hij vertelde me dat hij een rally ging doen en vroeg of ik mee wilde gaan. Natuurlijk zei ik ja! Na de eerste etappe vroeg hij,  ‘Wat denk je ervan?’ Ik heb nooit tegen hem of Mikaela gelogen. Dus ik zei: ‘Fredrik, schakel in een hogere versnelling en houd op met piekeren, maak gewoon plezier!’ Hij won de tweede etappe, en de derde ... Uiteindelijk kwam hij als winnaar in zijn klasse uit de bus.”

“Toen zei ik bij mezelf, ‘Zo'n rally is hartstikke leuk om te doen. Ik rijd er nog eentje en dan houd ik er echt mee op.’ En toen won ik weer, dus ik zei: ‘Nog eentje dan, hier in Zweden, en dan stop ik ermee.’ En toen won ik weer”, vertelt Fredrik. En zo, beetje bij beetje, kwam zijn enthousiasme terug.

“Ik ging de grens over, naar Noorwegen, waar ik het opnam tegen Pontus Tidemand, die nu voor ŠKODA Motorsport rijdt. Hij won, ik eindigde als tweede. Een weekend later ging ik naar een rally in het zuiden van Zweden, en daar kwam ik Pontus weer tegen. Dat was de wildste wedstrijd die ik ooit heb gereden. Elke seconde was een gevecht, we gaven echt het uiterste van onszelf. Uiteindelijk won ik die rally. Aan het einde van het seizoen van 2013 had ik 11 van de 13 rally's gewonnen”, vat Fredrik zijn comeback samen.

Vergeet niet om plezier te maken

“Ik ontdekte weer hoe plezierig het is om in rally's te rijden. Wat je ook doet in het leven, zorg dat je er plezier aan beleeft. Doe iets niet alleen maar omdat je onder druk staat om te slagen. Als je bang bent om niet te slagen, is de kans groot dat je faalt. Je moet zin hebben om te winnen, maar niet bang zijn om te verliezen. Want als je plezier beleeft aan wat je doet, ben je veel relaxter. En als je relaxt bent, presteer je beter”, weet Fredrik.

Zijn moeder Susanne is het met hem eens. “Je kunt dat bij cartende kinderen al zien: rijden ze met opgetrokken schouders, dan staan ze onder stress. Die kinderen maken fouten. Zijn hun schouders ontspannen, dan zijn ze kalm – en dan kunnen ze de uitdaging beter aan.”

Zo'n vijf jaar na de crash in Spanje kroop Fredrik Åhlin achter het stuur van een ŠKODA FABIA R5. In die wagen presteert hij nog beter. “Dit is een heel evenwichtige, nauwkeurige auto. Dat is perfect voor mij, want ik voer graag kleine, precieze manoeuvres uit. Ik houd er niet van als ik mijn auto moet 'temmen'. Deze auto is heel eenvoudig te besturen, want ook als je niet 100% gas geeft, draait hij heel goed en verlies je weinig snelheid. Dit is een echte kampioenschapswagen: ook als je geen topdag hebt op de piste, presteert hij nog altijd heel goed.”

Susanne, Fredriks moeder en manager, is het met hem eens. Als voormalig wedstrijdcoureur heeft ze een haarfijn gevoel voor auto's: “ŠKODA Zweden bood aan ons te helpen bij de aankoop van een FABIA R5. We zijn daar heel dankbaar voor. Dit is een uiterst betrouwbare wagen. Terugkijkend op Fredriks loopbaan zien we dat zijn eerdere auto's veel meer problemen opleverden.”

Het ongeval heeft hem nog sterker gemaakt

Ondanks het zware ongeval in 2012 en de maanden van herstel is Fredrik vandaag sterker dan ooit. “Hij is heel intens, heel vrolijk, heel sociaal. En als hij ergens waarde aan hecht, is hij enorm nauwkeurig en 110% gefocust. Terugkijkend naar zijn tienertijd is hij enorm gegroeid. Samen met zijn mentale coach heeft hij hard gewerkt aan zijn mentale controle. Daardoor heeft hij het vermogen ontwikkeld om heel goed met tal van verschillende situaties om te gaan. Het enige minder goede punt is dat Fredrik niet zo goed meer slaapt als vroeger. Maar dat is alles”, vertelt Susanne.

Fredrik bevestigt haar woorden: “Normaal ben ik heel extravert, maar tijdens het racen ben ik slecht gezelschap”, lacht hij. “Ik zeg geen woord: ik ben enorm gefocust. Joakim, mijn bijrijder, dacht dat hij veel lol met me zou beleven tijdens het rijden, maar ik doe er het zwijgen toe.

Aan het begin van elke etappe breng ik mezelf tot kalmte. Daar heb ik mijn eigen routine voor: eerst een ademhalingsoefening, dan klap ik vijf keer in mijn handen, span mijn lichaam zo veel mogelijk op en zak dan zo diep mogelijk in mijn stoel. Dan grijpen we elkaar bij de hand en zeggen: ‘Daar gaan we!’ terwijl het startpunt dichterbij komt. Vijftien seconden voor de start schakel ik in de eerste versnelling. Tien seconden – etappemodus. Zeven seconden – handrem. Vijf seconden voor de start – launch control, vol gas en gaan! Als je er een routine van maakt, word je niet zenuwachtig”, besluit Fredrik.

Hij was in topvorm toen we hem spraken tijdens de Zuid-Zweedse Rally in mei 2018. Hij was de grote winnaar achter het stuur van zijn ŠKODA FABIA R5, waarbij hij zelfs een paar coureurs met oudere rallywagens uit de hoogste WRC-categorie het nakijken gaf. Hij vertelde ons waarom hij nog altijd plezier beleeft aan racen, zelfs na 280 dagen per jaar op de weg: “Het is heel eenvoudig. In een rallywagen rijden is het mooiste wat er bestaat. Punt uit”, lacht hij.

Na een korte pauze vervolgt hij: “In deze rally had ik een voorsprong van 30 seconden, dus ik wist dat zelfs als ik een afslag zou missen en terug zou moeten gaan, ik nog altijd op kop zou liggen. Op zo'n punt aangekomen kun je de handrem gewoon vergeten en er helemaal voor gaan, waarbij je in elke bocht je grenzen opzoekt. Het gevoel dat je absolute controle over je auto hebt – daar kan geen andere ervaring tegenop. Als je honderd bochten bent omgegaan op een stuk van 11 km, en je weet dat je geen van die bochten beter had kunnen doen – daar doe ik het voor. Het plezier van zo'n moment, de wijze waarop de risico's die je neemt beloond worden, dat is wat rally's zo fantastisch maakt.”

Deze website maakt gebruik van cookies

Meer informatie over de verwerking van uw persoonlijke gegevens door middel van cookies en meer informatie over uw rechten is te vinden in informatie over de verwerking van persoonlijke gegevens door middel van cookies en andere internettechnologieën. Hieronder kunt u uw toestemming geven voor de verwerking van uw persoonlijke gegevens, ook voor statistieken en het analyseren van het gedrag van gebruikers.